Wanneer we galeriehoudster Tatjana Pieters willen interviewen, krijgen we een interessant voorstel tot een dubbelinterview. “Ik werk continu als een promotor, want als ik vind dat mensen elkaar moeten ontmoeten, dan breng ik ze bij elkaar. Noem het beroepsmisvorming.” We worden verwelkomd in een appartement in het Gentse Miljoenenkwartier, bekend om haar interbellumarchitectuur. Het is een gezellige woning, vol design en kunst, die ze samen deelt met haar vriend en interieurvormgever Pieterjan Deblauwe. Terwijl Tatjana’s kunstwerken heel ingetogen zijn qua sfeer, zijn de objecten van Pieterjan extravagant en heel expressief. Een mooi contrast en complementariteit die zich doortrekt in hun karakters, met Tatjana als de meest explosieve van de twee.



Pieterjan: Ja, dat klopt. Sinds mijn vijftiende verzamel ik designmeubelen en –objecten. Werkelijk alles wat je hier ziet, is tweedehands en heb ik voor een lage prijs op de kop kunnen tikken. Als er iets sneuvelt, denk ik: so be it. Ik ben geen fan van standaard klassiekers, mijn verzameling is nogal eigenzinnig. Het gaat van Enzo Mari, Max Sauze, Marc Newson, Jasper Morrisson, Elio Martinelli, Joe Colombo, Ross Lovegrove, Jerszy Seymour tot Joep Van Lieshout. Ik laat me graag omringen door schoonheid. Elk object in huis heeft zijn eigen verhaal en dat inspireert me. Soms verwerk ik tweedehandsmeubels tot nieuwe creaties.
Tatjana: Door Pieterjan ga ik niet meer naar Ikea. (lacht) Zijn idee over duurzaamheid sluit aan bij de duurzame relatie die ik probeer na te streven in mijn contact met de kunstenaars en de klanten. Verder ben ik niet zozeer aan materie gebonden. De eerste vijf jaar heb ik in mijn galerie gewoond, dus ik heb nooit veel verzameld, behalve kunstwerken, boeken en muziek.
















Pieterjan: We wonen hier nu vier maanden en het is de eerste keer dat we alles hebben uitgepakt, want alles zat opgeslagen in garages en depots. Bovendien is het de eerste keer dat ik samenwoon, een echte beproeving. En die beproeving samen met Tatjana ondergaan, dat is een beproeving in het kwadraat. Maar het komt wel goed.
Tatjana: Het is grappig om te zien, maar er begint nu ook toenadering te komen tussen zijn meubels en mijn kunstwerken. Het zijn mooie reflecties van onze identiteit en alles past mooi samen. Kijk naar dat rode tafeltje en die blauwe stoel of het fluo gele plafond en de groene keukentafel. Heel kleurrijk, onconventioneel en er zit humor in, typisch Pieterjan. Ik ben blij dat ik hem ben tegengekomen, want nu heb ik er plots een gans interieur bij. (lacht) Hij ontfermt zich over de inrichting van ons appartement, want ik ben continu in mijn galerie aan het werk.
Pieterjan: Omdat mijn bureau zich in onze woning bevindt en ik hier klanten ontvang, hecht ik veel belang aan de inrichting. Dat wordt immers van mij verwacht als interieurvormgever.












Tatjana: Nee, helemaal niet. Ik heb een emotionele band met het werk en de kunstenaar, omdat ik in zijn werk geloof. En afhankelijk van de omzet die ik draai, koop ik zelf creaties aan van de kunstenaars die ik vertegenwoordig. Op die manier ondersteun ik hen wanneer ze inkomsten nodig hebben om nieuw werk te maken.Tegelijkertijd investeer ik daarmee ook in mijn eigen galerie, want door hen te promoten en te integreren in de professionele kunstwereld, streef ik naar een economische en symbolische waardeverhoging van hun werk.






Tatjana: Mijn relatie tot de kunstenaar is zeer close. Ik toon zijn werk niet alleen in de galerie, maar ik volg ook alles verder op en zet strategieën uit op langere termijn. Ik hou archieven bij, creëer cliënteel, stel dossiers op en de helft van de week ga ik op atelierbezoek. Wat ik doe in mijn galerie kan je vergelijken met wat er in een museum gebeurt, maar dan op microschaal. Ik werk met een vaste groep kunstenaars, maar wil ook zo veel mogelijk kansen bieden aan al het andere talent dat mijn pad doorkruist. Bovendien wil ik niet springen op een trein die al aan het rijden is. Ik ben eerder geïnteresseerd in het op gang brengen van die trein of mensen te helpen die om de één of andere reden van die trein gevallen zijn. Zo werk ik samen met de 65-jarige Philippe Van Snick, een belangrijke Belgische kunstenaar wiens werk 15 jaar lang niet door een galerie vertegenwoordigd werd. Hypes spreken me niet aan, ik wil eerder een platform bieden aan mensen die nog niet gekend zijn en volgens mij een interessant beeldend en visueel onderzoek voeren. En ik heb het dan niet alleen over beeldende kunstenaars. Neem nu het New-Yorkse curatorenduo Rivet die ik heb uitgenodigd voor de volgende tentoonstelling in mijn galerie. De capaciteit van de galerie wordt dus echt bepaald door de intensiteit waarmee je de kunstenaars opvolgt.





Pieterjan: Ja, dat doet ze wel, volgens mij zelfs vaker dan ik denk. (lacht) Naast mijn vriendin is ze ook mijn klant, dus ze weet hoe ik te werk ga en dat is heel wat.
Tatjana: Ik werk met Pieterjan zoals ik met mijn kunstenaars werk. Ik ben een promotor, noem het beroepsmisvorming. Maar als ik een match zie, dan zet ik het nodige in gang. Ik doe dat niet alleen bij hem, maar ik doe dat bij iedereen die ik ontmoet. Mensen aan elkaar linken, dat is wat ik doe als galeriehoudster. Soms stel ik mezelf wel de vraag of het wel kan, mijn eigen lief aanprijzen. Maar objectief gezien levert hij goed werk, dus waarom niet?



Pieterjan: Ik kende Tatjana al, want ik bezocht geregeld haar galerie uit interesse. Ik wist dat ze uit haar vorige pand moest verhuizen en ik heb haar onderdak gegeven.
Tatjana: Nu ga je wat kort door de bocht. (lacht) Jij kwam incognito naar mijn galerij, want ik kende jou niet. Op een feestje raakten we aan de praat en zo is er eerst een vriendschap ontstaan. Ik vond dat hij talent had en ik wilde daar meer inzicht in krijgen, dus vroeg ik hem mijn nieuwe galerieruimte aan te kleden. We hebben elkaar echt goed leren kennen in een context waarin de meeste koppels uit elkaar gaan: tijdens een verbouwing. De manier waarop Pieterjan zijn eigen taal zoekt in de objecten die hij verzamelt en zelf maakt, fascineerde me. Dus ik wilde wel met hem samenwerken en op drie weken tijd was het plan voor mijn galerieruimte klaar.




Tatjana: De galerieruimte is werkelijk heel indrukwekkend met een middenbeuk van 12 meter hoog. De ruimte telt 400 vierkante meter, wat veel mogelijkheden aan de kunstenaar biedt om tentoon te stellen. Pieterjan heeft de ruimte dynamisch, maar toch strak ingedeeld, ten dienste van de kunst, met het oog op de groei van de galerie. Er is een grote stockage voorzien, een keuken, een badkamer en een kantoor waar ik met meerdere personen kan samenwerken.
Pieterjan: De oude meubels die Tatjana nog had staan, heb ik verwerkt tot nieuwe meubels en ze ingetapet. En haar kantoorruimte heb ik warm aangekleed door houten vervoerskisten te recupereren.

Tatjana: Ik hoop dat er op lange termijn andere galeries zullen volgen. Ik profileer me internationaal en ik moest wel een grote stap zetten om te kunnen meedraaien op dat niveau en uitgaan van een unique selling point. Mijn motto is: show local, act global. Door bewust voor Gent te kiezen en Brussel en Antwerpen links te laten liggen, maak je wel een statement. En het werkt, want mensen komen speciaal naar hier om de unieke locatie te zien en de tentoonstellingen natuurlijk.





Nieuwevaart 124 - 9000 Gent
Coffeeklatch is a creative chitchat, an original and personal way for Magali Elali and Bart Kiggen to go and look for inspiring personalities and intriguing stories. The online magazine showcases pictures and interviews with creative entrepreneurs in their homes, addressing various disciplines. Coffeeklatch stands for slow journalism using a fast medium. Read More
mail — facebook — twitter — instagram
Visit our online magazine all items loaded — facebook.com/allitemsloaded
All photographs are made by us. Please do not use them without our permission or re-post them without credit.
site gezet door Mr. Henry,
met melk en 2 klontjes